Märklinstore Amsterdam
Home
Nieuws
Productoverzicht
Aanbiedingen (Sale)
Digitaal
CS II Tips
mLD en mSD
Store Info

 

 

CENTRAL STATION II TIPS

 

 

CS II (60213, 60214, 60215)

 

>>> Tips en Voorbeeldsituaties Central Station (versie: september 2011)

 

Aan de achter- en onderzijde van het Central Station 60213 / 60214 / 60215 bevinden zich vele aansluitmogelijkheden. Het kan echter voorkomen dat u aansluitingen te weinig heeft. Dit doet zich voor indien u meer dan 1 booster 60174 wenst aan te sluiten of meer Central Stations of oude digitale apparatuur van de serie 6021 (met keyboards en memory’s).

Is dat het geval dan dient u één of meer terminals aan te schaffen, die verkocht worden onder het nummer 60125. Iedere terminal heeft weer een aansluitmogelijkheid voor een volgende terminal. Zo kunt u een netwerk aanleggen dat zelfs over een afstand van 100 meter nog goed functioneert.

Iedere terminal heeft daarnaast 4 aansluitmogelijkheden voor randapparatuur.

 

 

Aansluitingen achterzijde Central Station

 

 

Op een terminal kunt u boosters van de serie 60173/60174 aansluiten. Ook is het mogelijk om Mobile Stations aan te sluiten. Dit kan ook wel eens makkelijk zijn als u onder de baan aan het werk bent en u wilt vanaf die onmogelijke plek een trein bedienen of u wilt een noodstop maken. Mobile Stations van de oude serie dienen dan met een adapterkabel (60124) aangesloten te worden.

Het nieuwe Mobile Station 60653 biedt extra mogelijkheden, vooral als deze direct (aansluiting voorzijde Central Station) of via een terminal verbonden is met het Central Station. U heeft dan de beschikking over alle locomotieven van het Central Station en u kunt terugvallen op alle wissels en seinen om die te bedienen.

Met het nieuwe Mobile Station (60653) kunnen ook tot maximaal 16 functies per locomotief bediend worden.

 

Ook is het mogelijk om een connect 6021 aan te sluiten (bestelnummer 60128). Via een connect 6021 kunt u de oude digitale apparatuur (6021) aansluiten. (Dit geldt niet voor de Control unit 6020 of de Central Control). Indien u dan wissels/ seinen schakelt is de positie van deze artikelen in het oude, maar ook in het nieuwe systeem terug te zien.

Er is wel een beperking: indien u een connect wilt aansluiten is het aantal beperkt tot één connect.

Bij boosters 60174 en Mobile Stations is er in principe geen beperking. Natuurlijk is er wel een grens, maar die zult u normaliter nooit bereiken. Bij meerdere Mobile Stations is het overigens wel verstandig om deze in het Central Station allemaal een andere naam te geven teneinde ze uit elkaar te kunnen houden. Alle Mobile Stations worden evenals alle Boosters 60174 en andere Central Stations automatisch aangemeld bij het hoofd Central Station (de master).

 

Op een terminal kunt u extra Central Stations 60213 / 60214 / 60215 aansluiten, maar één van deze apparaten dient als master aangewezen te worden. Dit is het hoofdapparaat dat alle verbindingen verzorgt. Andere apparaten worden als slave (2e apparaat) geprogrammeerd. Wilt u meer dan twee Central Stations gebruiken dan is ook dat mogelijk. Extra Central Stations worden dan direct op het tweede Central Station aangesloten. (De vierde op de derde, etc). Om problemen te voorkomen dienen alle Central Station 60213 / 60214 / 60215 en alle aangesloten boosters 60173/60174 op dezelfde stand van de software gebracht te worden. De boosters 60173 / 60174 nemen automatisch de laatste software over van het Central Station.

Voor het verbinden van meerdere Central Stations heeft men de speciale kabel 60123 nodig.

 

De verbindingskabel naar de terminals en andere apparaten loopt altijd over de master, dus het hoofdapparaat. Een tweede of volgende Central Station 60213 / 60214 / 60215 mag wel een eigen traject van de baan van stroom voorzien. (Met in achtneming van de nodige isolaties).

 

Let op. U mag een ouder Central Station van de serie 60212 niet direct op het spoor aansluiten. Dit oude Central Station kan wel worden aangesloten (via een netwerkkabel) op het moderne Central Station, maar het kan dan alleen als rijregelaar gebruikt worden. De 60212 moet overigens wel voorzien zijn van de laatst uitgebrachte update van Märklin voor dat apparaat. Met andere software is de 60212 niet te koppelen. Het apparaat wordt dan niet herkend door het Central Station 60213 / 60214 of de 60215.

 

Alle Central Stations en boosters en het eventueel aanwezige besturingsapparaat 6021 (dat ook alleen als rijregelaar gebruikt mag worden) worden op separate transformatoren aangesloten. De Central Stations 60213 / 60214 / 60215 en boosters 60174 mogen eveneens op gelijkstroom aangesloten worden. Daarvoor is het nieuwe schakelnetdeel nummer 60061 leverbaar. (60 Watt voor H0 banen; voor spoor 1 en LGB is er een 100 Watt versie). Een besturingsapparaat 6021 en de oude boosters (6017) kunnen alleen op de bekende wisselstroomtransformatoren of op een converter aangesloten worden.

 

Meer informatie over de schakelnetdelen is / wordt nog door Märklin bekendgemaakt.

In combinatie met de Central Stations 60213 / 60214 / 60215 en de nieuwe mfx boosters 60173/ 60174 heeft het voordelen om te werken met een schakelnetdeel, vanwege de stabiele spanning. U kunt echter ook gewoon uw transformatoren 60052 blijven gebruiken voor de stroomvoorziening.

 

Sinds september 2009 is er, mits de updates geïnstalleerd zijn, eigenlijk geen sprake meer van verschillen tussen de bovenstaande Central Stations. Het Central Station 60213 is dus gelijkwaardig geworden aan het Central Station 60214 en zelfs aan de nieuwste 60215. Deze laatste kan voor grote banen (Spoor 1 en LGB) indien gewenst meer vermogen afgeven en dat is dan wel een verschil met de andere Central Stations. Het vermogen gaat met een geschikt schakelnetdeel zelfs tot 5 ampère en dan moet u wel dikke kabels (0,75 mm2) gebruiken om grote problemen en zelfs gevaarlijke situaties te voorkomen. Vanaf update versie 1.2.5 (1) beschikt uw apparaat over DCC - functionaliteit en tevens zijn er tal van verbeteringen doorgevoerd.

Ondertussen (september 2011) zijn we al toe aan update 1.6.4(3), waarmee men zelf de decoders van mfx locomotieven kan programmeren en waarbij er meer mogelijkheden zijn gekomen voor het tekenen van lay-outs en instellingen voor terugmelddecoders van het type S-88.

Ook kunt u nu uw modelbaan besturen met een iPhone en een iPad. Bij DCC-modellen kunt u gebruikmaken van POM (programming on the main). Het is o.a. mogelijk om de verlichting van locomotieven te dimmen of langzaam op te laten gloeien en langzaam te laten doven. Ook kan men extra functies toevoegen, zoals de rangeersnelheid. Er zijn meer symbolen beschikbaar gekomen, ook voor het keyboard. (O.a. een overwegsymbool en zelfs spaarlampsymbolen voor de huisjes). Binnenkort kunt u zelf geluiden uploaden naar de betreffende locomotief met een daartoe geschikte decoder en is het mogelijk om een locomotief te programmeren om deze zelf geluiden op bepaalde momenten te laten horen.

 

In de toekomst gaat er nog meer mogelijk worden. Er wordt permanent gewerkt aan nieuwe toepassingen en verbeteringen die u zelf kunt downloaden. De mogelijkheden zijn onbegrensd.

Indien u werkt met het Central Station dan leert u spelenderwijs wat de mogelijkheden zijn en mocht u toch een vraag hebben dan kunt u op het aanwezige vraagteken klikken op het scherm van het Central Station en de meeste vragen zullen in de gewenste taal beantwoord worden. Ook in de brochure die bij aankoop deel uitmaakt van het pakket zult u aanwijzingen vinden.

Overigens wordt het nieuwe Mobile Station (60653) van Märklin van nieuwe software voorzien door deze aan te sluiten op een Central Station. Dat kan desgewenst bij ons in de zaak, waar het Central Station altijd voorzien is van de nieuwste software.

 

Het is belangrijk om een afzonderlijke transformator of schakelnetdeel aan te schaffen voor uw Central Station. Dit mag geen oude (bijvoorbeeld een blauwe) transformator zijn die geschikt is voor 220 volt. Er moet op staan dat de transformator geschikt is voor 230 volt. De Märklin transformator 60052 voldoet in Nederland aan de gestelde eisen. De oude transformator hoeft u niet weg te doen. Deze kan nog wel worden gebruikt voor de lampjes in de huizen van uw stad of dorp of voor motoren van molens, etc, maar dus absoluut niet voor de gevoelige digitale apparatuur.

Overigens is de transformator 60052 vanaf oktober 2010 vervangen door een schakelnetdeel met het nummer 60061. Dit apparaat levert gelijkstroom en heeft als voordeel dat in combinatie met een Central Station of een booster een hoger rendement wordt afgegeven aan de baan. De spanning blijft gelijk tot dat de maximale capaciteit is benut. Overigens is het mogelijk om bijvoorbeeld een Central Station op een transformator aan te sluiten, terwijl de extra booster op een schakelnetdeel is aangesloten.

Verder is het belangrijk om te weten dat de transformator (of het schakelnetdeel) die (dat) u gebruikt voor het Central Station (en datzelfde geldt ook voor de booster met het nummer 60173/ 60174) niet gelijktijdig gebruikt mag worden voor andere artikelen.

Bij de boosters 60173 en de Central Stations 60213 en 60214 mag u geen massa’s met elkaar doorverbinden (dit in tegenstelling tot het vorige digitale systeem) en natuurlijk ook geen rode kabels. Bij langdurige doorverbindingen kan in geval van kortsluiting schade ontstaan aan de apparatuur. (Overigens is vanaf oktober 2010 een nieuwe mfx-booster verkrijgbaar onder het nummer 60174, waarbij het aansluiten minder gecompliceerd is, voor wat betreft de massa-scheiding. De werking van deze nieuwe booster is verder gelijk aan die met het nummer 60173). Bij het nieuwste Central Station 60215 en de nieuwe boosters 60174 mogen de massa’s desgewenst aan de railzijde wel verbonden worden.

U moet er echter steeds aan denken om de transformator voor het Central Station uitsluitend te verbinden met het Central Station en de transformator voor de booster mag alleen met die booster worden verbonden.

 

In de rails dient u stroomscheidingen aan te brengen tussen de verschillende stroomkringen, zowel voor de middenleider (rood) als voor de rails (bruin), bij gebruik van de boosters 60173 en de Central Stations 60213 en 60214. Vraag bij ons in de winkel naar de oplossing. Als u ook nog met verschillende systemen door elkaar rijdt, is het helemaal oppassen, want u mag nooit het oude digitale systeem met het nieuwe doorverbinden of een wisselstroomsysteem met een digitaal systeem. Indien u toch gemengd bedrijf wenst toe te passen zullen verdergaande maatregelen genomen moeten worden om schade te voorkomen. Er zal dan o.a. gebruik gemaakt moeten worden van sleperwippen. Bovendien moet u goed opletten dat geen wagonverlichting wordt gebruikt in combinatie met stroomgeleidende kortkoppelingen en meer dan één sleepcontact, waardoor immers ook een doorverbinding ontstaat. Sommige grote locomotieven / treinstellen hebben ook twee slepers! Indien alles op één systeem werkt heeft u deze problemen natuurlijk niet en dat is dus het makkelijkste.

Bij gebruik van meerdere boosters 60173/60174 mag natuurlijk wel over de stroomscheiding heen gereden worden met gebruik van sleepcontacten. U moet er wel op letten dat de trein niet langdurig stil blijft staan op zo’n stroomscheiding.

 

Als u alleen een Central Station bezit is het heel makkelijk. U sluit dit apparaat aan op een eigen transformator (60052) en u kunt na het opstarten direct gaan rijden.

Heeft u meer stroomkringen die alle van digitale spanning worden voorzien door de moderne boosters 60173/60174 dan is aan te bevelen om het Central Station alleen aan te sluiten op het programmeerspoor (geheel los van de rest van de baan) en tevens laat u het Central Station de decoders onder de baan (voor seinen en wissels) van stroom voorzien. In dit geval sluit u het Central Station dus bij voorkeur niet op de rails van de baan aan. (Het kan echter wel als u dat wenst, maar het is beter van niet).

 

Het Central Station stuurt via een speciale verbinding (eventueel over terminals nummer 60125) digitale informatie naar de boosters 60173/60174. Deze boosters verzorgen dan de rest van de stroomkringen van de modelbaan. De boosters zijn in staat om gegevens van mfx - locomotieven te ontvangen en door te geven aan het Central Station en dat gaat bijzonder snel. Gebruikt u wel dikke kabels (0,75 mm2) naar de baan en zorg er bij voorkeur voor dat iedere 2 meter opnieuw stroom wordt toegevoerd voor de betreffende stroomkring. Datzelfde geldt voor de massa. Dit is belangrijk, zodat een eventuele kortsluiting vroegtijdig gesignaleerd wordt door het Central Station.

 

Verlichting voor huisjes e.d. wordt via afzonderlijke transformatoren verzorgd, die niet in verbinding mogen staan met de andere transformatoren die gebruikt worden voor het digitale circuit. (Ook de massa’s moeten gescheiden blijven). Massa’s mogen weer wel worden verbonden met de nieuwste boosters 60174 en het nieuwe Central Station 60215, maar dan alleen aan de railzijde van deze apparaten en eventueel met de massa van de lichttrafo voor de accessoires.

 

Wat nu als u een overweg heeft of een oude wissel waarvan de verlichting is ingebouwd en u gebruikt nog de oudere boosters 60173?

Als u deze wissel met verlichting aansluit op het digitale circuit wordt niet alleen het lampje te heet, waardoor het sneller doorbrandt, maar ook wordt het digitale circuit al gauw te zwaar belast. (Digitale stroom is duur). Een lampje flikkert bovendien als dit op digitale stroom wordt aangesloten. U kunt heel simpel het lampje verwijderen uit de wissel en daarmee is het probleem opgelost. Als u het lampje toch wilt blijven gebruiken in de wissellantaarn dan zult u een afzonderlijke toevoerdraad moeten monteren, die het lampje van stroom voorziet over een afzonderlijke transformator. Meet wel even door of de gele toevoerdraad absoluut niet in verbinding staat met de rails, want dit kan fataal zijn. Desnoods extra isolatiemateriaal gebruiken. De massastroom blijft echter over de rails lopen bij deze oude wissels, maar dat is niet erg. U mag nu wel onder voorwaarden een massadraad aanleggen tussen de extra transformator voor het lampje en de railaansluiting van de booster 60173. (Dus niet doorverbinden met de transformator van de booster). Deze extra (licht-) transformator mag dan weer niet zijn doorverbonden (bruin) met andere transformatoren. Het is dus eigenlijk een hulptransformator voor alleen dat ene digitale circuit. Heeft u een wissellantaarn in een ander boostercircuit, dan dient ook dit circuit zo’n hulptransformator te hebben als u de lampjes wilt blijven gebruiken.

 

Ditzelfde systeem past u toe als u een overweg bezit met een gele draad voor de stroomtoevoer, terwijl de massa over de rails loopt. Ook bij de draaischijf zijn soortgelijke oplossingen te bedenken.

Indien u gebruik maakt van de moderne lichtseinen van Märklin en de losse wissellantaarns die tegenwoordig bij de meeste wissels verkrijgbaar zijn, heeft u bovenstaand probleem niet. Deze artikelen hebben allemaal afzonderlijke bedrading voor stroomtoevoer en massa, waarbij wordt opgemerkt dat de moderne seinen wel op het digitale circuit aangesloten moeten worden om de signalen van het Central Station of de betreffende booster te kunnen ontvangen.

 

Zoals opgemerkt wordt het een stuk makkelijker als u uitsluitend de moderne boosters 60174 gebruikt die wel qua massa verbonden mogen worden (onderling en met lichttrafo’s, maar niet de voedingstrafo’s of netschakeldelen die de boosters, e.d. van stroom voorzien doorverbinden)! Indien u dit verhaal ingewikkeld vindt en u werkt nog met de oude boosters 60173 dan hebben wij een passende oplossing voor u in samenwerking met Märklin.

 

Indien u veel moderne digitale lichtseinen heeft kan het voorkomen dat op een gegeven moment de seinen niet meer allemaal vlekkeloos schakelen via het Central Station. In dat geval moet u de seinen verdelen over meerdere boosters. Het probleem is dan opgelost.

Voor het programmeren van deze seinen wordt verwezen naar de handleidingen die in de verpakking zit. Bewaart u alstublieft het metalen of koperen beugeltje uit de seinverpakking (vaak op een kartonnen of plastic plaatje gemonteerd). Deze heeft u nodig om de moderne lichtseinen te kunnen programmeren en om later eventueel wijzigingen aan te kunnen brengen. Let u er ook op dat de bedrading niet van kleur verwisseld wordt (zie gebuiksaanwijzing). Als u de bedrading verkeerd om aansluit dan lukt het programmeren niet van de seinen.

 

Bij pendeltreinbedrijf kunt u, bij gebruik van alleen het Central Station, het makkelijkste de schakelrail toepassen, om de nodige signalen te kunnen doorgeven aan de noodzakelijke terugmeldmodule (S-decoder). Een elegantere oplossing, ook bij toekomstige uitbreidingen en mede gelet op het feit dat ook hier massa’s (schakelrails werken ook met massa-stroom, maar bij C-rails kan de massastroom gescheiden blijven van de rails) niet verbonden mogen worden bij gebruik van de oude boosters, is het gebruik maken van reedrelais een betere oplossing. De reedrelais worden van stroom voorzien via de betreffende aansluiting op de S-88 decoders (waarbij de eerste S-88 decoder verbonden is met het Central Station) en vervolgens gaat de stroom over het reedrelais weer terug naar een van de ingangen van de S-88 decoder. Indien u deze stroomdraad via een seinpaal laat lopen (bijvoorbeeld de aansluiting voor bovenleiding, die u toch niet gebruikt bij digitaal bedrijf) dan kan deze seinpaal de stroom onderbreken op het juiste moment. De pendeltrein geeft een signaal via een reedrelais bij het inrijden van het station. De pendeltreinbesturing zorgt er voor dat de trein wordt afgeremd, stil blijft staan en dan in omgekeerde richting weer vertrekt. De trein komt dan echter weer bij hetzelfde reedrelais dat er voor zorgt dat de trein dan weer omkeert, etc. Het is nu dus noodzakelijk dat het reedrelais geen signaal kan doorgeven bij vertrek in omgekeerde richting.

Dit is dus te bewerkstelligen door de schakeling via een seinpaal te laten lopen, zoals boven omschreven. Als de seinpaal op rood staat wordt het signaal niet doorgegeven. Natuurlijk moet u dan wel de bedrading laten lopen via de seinpaal in het volgende station en niet de seinpaal in het station van vertrek, want dan zou de trein door rood moeten rijden. In plaats van een seinpaal kunt u ook een relais of schakeldecoder gebruiken.

 

Denkt u er wel aan dat de S-88 decoders worden aangesloten op het Central Station volgens de richtlijnen van de gebruiksaanwijzing.

 

Reedrelais zijn overigens bij ons in de zaak verkrijgbaar (o.a. Märklin 7555). Een beetje experimenteren met reedrelais kan leuke resultaten opleveren, zo kunt u bijvoorbeeld ook in zelfgebouwde kastjes naast het spoor of in een struik een reedrelais verbergen. Indien u zo werkt is het mogelijk om een magneetje in bijvoorbeeld iedere laatste wagon in te bouwen aan de rechter binnenzijde van de wagon (gezien in de rijrichting), terwijl bij enkele andere treinen de magneet juist aan de linker binnenzijde van de wagon wordt ingebouwd of aan de onderzijde. Zo kunnen de treinen verschillende signalen afgeven aan het Central Station waardoor via de rijwegenbesturing (wisselstraten/ memory) iedere keer een andere route wordt afgelegd door de treinen.

U kunt het systeem ook simpel houden en alleen iedere laatste wagon van een trein van een magneet voorzien (onderzijde of zijkant). Als de wagons dan loslaten dan meldt de trein zich niet af bij een reedrelais en komt de baan geleidelijk aan tot stilstand via het Central Station. (Extra beveiliging).

 

 

>>> Het menu "Setup"

 

Beeldscherm Central Station. Rechtsbovenin vindt u het menu "Setup".

 

Was u vroeger gewend om gewoon de stekker uit het stopcontact te trekken of een schakelaar om te zetten, dan moet u er nu aan wennen dat dit niet meer hoort. Het Central Station is een geavanceerd apparaat dat te vergelijken is met een volwaardige computer. U zet uw computer toch ook niet uit door de stekker er uit te trekken, want dan bent u wellicht gegevens kwijt of er komen foutmeldingen. Bij het Central Station moet u zich afmelden via het menu dat daarvoor is. Zo worden ook alle gegevens opgeslagen van uw locomotieven en seinen en wissels. Op dit moment is het zo dat u de stroom wel veilig kunt uitschakelen als de deurtjes van de loods die op het scherm van het Central Station zichtbaar wordt, gesloten zijn.

Op deze wijze worden uw gegevens veilig bewaard.

Ook moet u van tijd tot tijd, als u wijzigingen heeft aangebracht, een back-up maken van de instellingen. Dat kan op het Central Station zelf, maar het is ook goed om dat af en toe op een usb-stick te doen.

Wist u trouwens dat u het Central Station ook uit kunt schakelen door de stopknop een aantal seconden ingedrukt te houden?

 

 

>>> Märklin Magazin

 

Regelmatig staan tips over het nieuwe digitale systeem in het Märklin Magazin dat 6 x per jaar verschijnt. Dit vakblad is bij ons verkrijgbaar in de Märklin Store. Ook kunt u altijd met uw vragen terecht bij ons.

Door Märklin Nederland en Duitsland worden regelmatig informatieavonden georganiseerd die u ook kunt bezoeken. Ook op de website van Märklin is informatie te vinden over het nieuwe digitale systeem, maar heel veel ontdekt u zelf door er gewoon mee aan de slag te gaan en uw baan langzaam op te bouwen. Al doende leert men.

 

Voor meer digitale informatie kunt u ook terecht bij Rensen Modelbaan Wereld (RMW).

 

 

>>> Schema voor het aansluiten van digitale systemen (klik voor vergroting):

 

Schema voor het aansluiten van digitale systemen (klik voor vergroting)

 

Märklinstore Amsterdam  | Tel: 020-3790267